Aandacht voor zinsbouw en schrijven

"Schrijven krijgt in het basisonderwijs te weinig aandacht. Taalmethodes gaan vooral voorbij aan de manier waarop leerlingen zinnen kunnen opbouwen", aldus Simone Muller, groepsleerkracht 6/7 op De Albatros in Almere. Zij wilde daarom graag weten hoe ze de leerlingen in haar klas betere zinnen kan laten formuleren, zinnen waarin de woorden in de goede volgorde staan.

Interview Simone Muller

"Schrijven krijgt in het basisonderwijs te weinig aandacht. Taalmethodes gaan vooral voorbij aan de manier waarop leerlingen zinnen kunnen opbouwen"

Simone Muller, groepsleerkracht De Albatros

Maart 2024

Muller constateert dat veel leerlingen niet in staat zijn om een goedlopende zin te formuleren. "Dat geldt binnen de gehele school bij zowel NT2-leerlingen als leerlingen met Nederlands als moedertaal. Leerlingen zien de fout vaak niet, ook niet als ze de tekst hardop lezen." Een mooie uitdaging voor de Kennisrotonde om na te gaan op welke manier leerkrachten leerlingen kunnen ondersteunen bij het zelfstandig schrijven van correcte zinnen.

Expliciete instructie

'Wanneer de leerkracht expliciete instructie geeft in zinsbouw, leren leerlingen beter om correcte zinnen te formuleren.' Dat onderzoeksresultaat verbaasde Muller niet. "Het is een bevestiging van wat ik al dacht, maar daarom niet minder waardevol. Nu weet ik zeker hoe ik mijn schrijflessen moet inrichten. In taalmethodes wordt weinig aandacht besteed aan hoe zinnen worden opgebouwd. Wat ik ben gaan doen – als aanvulling op de taalmethode – is leerlingen laten oefenen met bouwstenen van zinnen, of eigenlijk met cement, zoals leestekens, hoofdletters en voegwoorden."

"Ook besteed ik apart aandacht aan enkelvoudige en samengestelde zinnen", vervolgt ze. "Veel leerlingen zien hoofd- en bijzinnen bijvoorbeeld als twee normale zinnen die ze achter elkaar plakken. Dat onderwerp en persoonsvorm een andere volgorde krijgen, zien veel leerlingen niet."

Integreren van grammatica

Daarmee verbindt Muller de expliciete instructie met een ander onderzoeksresultaat, namelijk dat 'het zinvol is om aspecten van grammaticaonderwijs te integreren in het schrijfonderwijs.' ‘Ja,’ zegt Muller, "ook dat is weer een praktische uitkomst. Ik laat leerlingen nu vaker woordsoorten en zinsdelen benoemen. Dan leren ze uiteindelijk woordsoorten en zinsdelen ook herkennen; een basis om tot goed formuleren te komen."

"Elke zin die leerlingen schrijven’" legt Muller uit, "moeten ze ontleden. Dat gaat van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden tot onderwerp en gezegde. Als je dan aandacht schenkt aan de zinsvolgorde, leer je leerlingen goede zinnen schrijven. Hoe meer ze oefenen en herschrijven – de tekst hoeft niet gelijk perfect te zijn - hoe beter het gaat."

Tijdrovend

Aan het eind van het vraaggesprek houdt Muller een pleidooi voor structureel beter schrijfonderwijs. "Gewoon schrijven krijgt in het basisonderwijs te weinig aandacht, vind ik. Vaak keuren leerkrachten onder tijdsdruk schrijfproducten van leerlingen al gauw goed, simpelweg omdat het anders te veel tijd kost: voordoetijd, nakijktijd, verbetertijd, bespreektijd. Dat is een tijdrovend proces, terwijl we in het basisonderwijs al zoveel moeten. Maar ja, willen we leerlingen echt goed leren schrijven, dan moeten we daar al in de onderbouw mee beginnen. En ze veel laten oefenen. Dan is er kans dat leerlingen de zinsbouw onder de knie krijgen."

Schoolbrede aandacht

Om op haar school het belang van goed schrijfonderwijs te benadrukken, heeft Muller het antwoord doorgestuurd naar haar collega’s. "In de hoop en verwachting dat ze er ook hun voordeel mee doen. Het zou mooi zijn als de schrijfleerlijn door de leerjaren heen op school kan worden doorgevoerd."


Hier vind je het uitgebreide antwoord op deze onderzoeksvraag