Handreiking differentiatie

Gender en sekse in het onderwijs

Dit overzicht bevat een samenvatting van Kennisrotonde-antwoorden over gender en sekse in het onderwijs. Een gedetailleerdere weergave van de kennis is te vinden in de onderliggende antwoorden.

Is in het onderwijs sprake van genderstereotypering? Er zijn verschillende onderzoeken die aantonen dat leraren jongens en meisjes in de klas anders bejegenen. Dat is dan vooral gerelateerd aan verwachtingen die leraren over hen hebben (jongens zijn goed in wiskunde, meisjes zijn goed in taal). Evengoed zijn er onderzoeken die geen verschillen laten zien en waar leraren jongens en meisjes evenveel beurten geven en hen gelijk beoordelen. Er is geen bewijs voor een heel directe relatie tussen gedrag van leraar en de prestaties van jongens en meisjes. Leraren geven impliciet boodschappen mee die soms rolbevestigend zijn. De stereotypering die soms plaatsvindt, is voornamelijk onbewust.


Man of vrouw voor de klas, maakt dat uit?

In het onderwijs werken meer vrouwen dan mannen. Het blijkt voor de schoolprestaties en voor probleemgedrag van leerlingen weinig uit te maken of er een man of vrouw voor de klas staat. Een enkele studie vindt positieve effecten van vrouwen die wiskunde leren aan oudere meisjes. Daartegenover staan studies waaruit blijkt dat vrouwen juist stereotyperend denken over jongens en meisjes. Met wat meer zekerheid kan worden gesteld dat het voor de teams van leraren zelf goed is als er zowel mannen als vrouwen zijn.


Pestgedrag jongens - meisjes

Leraren nemen pestgedrag van zowel jongens als meisjes verschillend waar, afhankelijk van hun opvattingen en overtuigingen. Onafhankelijk van hun man of vrouw zijn reageren leraren anders op pestgedrag van meisjes en jongens. Van jongens wordt ruw gedrag eerder als karaktereigenschap gezien. Jongens zouden daar volgens leraren onderling mee om moeten leren gaan, wat sommige leraren weerhoudt van ingrijpen. Interventies gericht op het voorkomen van pesten zijn effectief voor jongens en meisjes.


Verschillende uitkomsten bij jongens of meisjes

Doorgaans wordt aan jongens meer bewegelijkheid toegeschreven. Maar dat ze daarom meer zouden profiteren van bewegend leren is niet bewezen. Eerder lijken meisjes meer te profiteren van bewegend leren, al is er nog niet veel onderzoek naar gedaan.

Een ander idee of vooroordeel is dat meisjes meer risicomijdend zijn en minder fouten durven maken. Het is inderdaad aangetoond dat meisjes een opdracht sneller moeilijk vinden en vaker opgeven dan even slimme jongens. Verklaringen hiervoor worden gezocht in het gegeven dat meisjes hun prestaties aan talent toeschrijven terwijl jongens meer geloven dat inzet tot betere prestaties leidt. Opvoeding en socialisatie zorgen voor deze overtuigingen. 


Schoolloopbanen

Meisjes hebben stabielere schoolloopbanen dan jongens. Jongens op het voortgezet onderwijs vallen wat meer uit en blijven vaker zitten dan meisjes. Dat is bijvoorbeeld een bekend fenomeen in de bovenbouw van de havo. Mogelijk komt dat door motivatieproblemen. Er zijn indicaties dat contact met een mentor jongens positief kan motiveren en op die manier kan bijdragen aan betere studieresultaten.


Bèta- en techniekopleidingen

Vrouwen zijn in Nederland sterk ondervertegenwoordigd in bèta- en techniekopleidingen en -beroepen. In een omgeving met alleen meisjes zouden stereotypen over gender minder of niet aanwezig zijn. Amerikaans onderzoek op meisjesscholen laat echter zien dat hoewel meisjes inderdaad meer zelfvertrouwen en prestatiedrang hadden, dit niet leidde tot voorkeuren voor bèta/techniekvakken of -beroepen.

In het Verenigd Koninkrijk werd wel gevonden dat meisjes meer interesse hadden in een beroep in bèta/techniek dan meisjes op gemengde scholen. Deze resultaten zijn vermoedelijk niet representatief omdat de scholen leerlingen uit heel specifieke milieus trekken. Naar de invloed van meisjesklassen binnen gemengde scholen is weinig onderzoek verricht. In een onderzoek op naar keuze voor ict zorgden meisjesklassen voor een stijging van 10 naar 40 procent meisjes die het ict-vak kozen. In een ander onderzoek naar verschillende bèta/techniekvakken werd een dergelijk effect niet gevonden.


Samenstelling groepen

Uit onderzoek blijkt dat de verhouding van jongens en meisjes in klassen geen invloed heeft op de schoolprestaties. In het onderwijs – en zeker in het mbo – wordt veel in groepen samen gewerkt. Of de samenstelling van die groepen van belang is kunnen we niet vaststellen. Er is alleen onderzoek uit het bedrijfsleven waaruit blijkt dat homogene vrouwengroepen zich sneller ontwikkelen en daarom wat effectiever zijn.