Dyslexie

Dyslexie

Dit overzicht bevat een samenvatting van Kennisrotonde-antwoorden over dyslexie. Een gedetailleerdere weergave van de kennis is te vinden in de onderliggende antwoorden.

Leerlingen met dyslexie hebben problemen met de verwerking van klanken en het koppelen van klanken en letters. Hierdoor hebben ze veel moeite met het vlot lezen en/of spellen. Ook hebben ze vaak moeite met het leren van vreemde talen. Om de koppelingen tussen letters en klanken te versterken, hebben leerlingen met dyslexie vooral veel oefening en herhaling nodig.

Meisje achter bureau

Interventie in het basisonderwijs: oefenen en herhalen

Als aanvullend lees- en spellingonderwijs tot onvoldoende vorderingen leidt, intensiveert de leerkracht stapsgewijs de instructie en begeleiding. Aangezien dyslexie niet wordt veroorzaakt door een visueel probleem, is extra aandacht voor de visuele vorm van letters niet nodig. Voordelen van een speciaal ‘dyslexielettertype’ zijn ook niet aangetoond. Om de associaties tussen letters en klanken te versterken hebben de leerlingen vooral veel oefening en herhaling nodig. 

De volgende factoren zijn bepalend voor het succes van de interventie:

  • de tijd die eraan besteed wordt; 
  • oefenen van fonologische vaardigheden; 
  • oefeningen die expliciet de leessnelheid trainen;
  • hardop lezen van teksten;
  • computerprogramma’s voor spelling die voorzien in directe feedback en adaptiviteit.

Behandeling buiten het onderwijs

Er zijn grofweg twee typen behandelmethoden die gebruikt worden door dyslexiebehandelaars: de orthodidaktische (een behandeling op maat die verschilt per leerling, afhankelijk van zijn/haar probleem) en de psycholinguïstische (modulair opgezet waarbij iedereen dezelfde behandeling krijgt). De meeste behandelinstituten gebruiken een psycholinguïstische methode. Behandelinstituten volgen het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling.

Tijdens de behandeling wordt de accuratesse van lezen en spellen en het leestempo geoefend. Behandeleffecten blijken het grootst op de spellingvaardigheid. Wat betreft  leesvaardigheid blijven behandelde leerlingen nog steeds achter op hun leeftijdsgenoten. Vaak is er sprake van een parallelle groei, dus de achterstand op leeftijdsgenoten blijft min of meer gelijk. De meeste studies laten zien dat het lezen van losse woorden meestal minder goed vooruitgaat dan het lezen van teksten.


Dyslexie en vreemde talen

De relatie tussen fonemen (klanken) en grafemen (letters of lettercombinaties) is per taal verschillend. Deze relatie wordt de transparantie van een taal genoemd. Talen waarbij de koppeling van letters aan klanken eenduidiger of ‘transparanter’ is, zijn over het algemeen makkelijker te leren dan talen met meer inconsistenties. Hoe transparanter de te leren taal, hoe eenduidiger de overeenkomst tussen klank en letter, des te voortvarender de fonologische verwerking van die taal verloopt. Op basis hiervan zal Spaans over het algemeen makkelijker te leren zijn dan Engels.

Het varieert sterk hoe leerlingen met dyslexie presteren op de moderne vreemde talen. Hoewel dyslectische leerlingen relatief vaak moeite hebben met het aanleren van niet-transparante talen zoals het Frans en Engels, gaat dit niet voor alle dyslectische leerlingen op. Sommige leerlingen ontwikkelen compensatiestrategieën, waardoor het leren van de vreemde taal soms onverwacht makkelijk verloopt. Veelvuldige blootstelling aan de vreemde taal kan het aanleren van compensatiestrategieën bevorderen.

Aanleren van vreemde talen: eerst mondeling dan schriftelijk

Als het leren van de vreemde taal later start, kunnen vaardigheden uit de moedertaal (bijvoorbeeld leesstrategieën) de basis vormen voor het leren van de tweede taal. Daarnaast kan kennis van de gesproken (vreemde) taal een goede basis vormen. Net als in de moedertaal vormt de mondelinge taalvaardigheid in een vreemde taal zoals het Engels (waaronder woordenschat en grammaticale kennis) de basis voor lezen en schrijven in die taal. Voor leerlingen met dyslexie , die beter presteren op mondelinge dan schriftelijke taalvaardigheid, lijkt het dan ook aan te bevelen de mondelinge taalvaardigheid als uitgangspunt voor het vreemde talenonderwijs te nemen.